Eindverslag Urban Biodiversity Nijmegen 2015

Home » Actueel » Eindverslag Urban Biodiversity Nijmegen 2015

Eind 2014 nam Erik van Dijk het initiatief om in het jaar 2015 de biodiversiteit binnen de gemeentegrenzen van Nijmegen in kaart te brengen. Aanleiding tot dat initiatief was de nominatie van de gemeente als Green Capital of Europe. Een wekelijks blog op internet bracht diverse thema’s binnen uiteenlopende soortgroepen onder de aandacht en Ria Vogels koos elke week ‘de foto van de week’ en voorzag die van een korte begeleidende tekst. Het zwaartepunt lag echter op de waarnemingen zelf.

Hooibeestje - Driehuizerveld, 9 augustus 2015 © Rico OttenDe eindbalans kan nu (min of meer) worden opgemaakt. Het was een groots project waarvan Erik zowel de voortrekkersrol op zich nam als ook een aanzienlijk deel van de uitvoering, getuige het onwaarschijnlijk hoge aantal van 2.304 soorten die hij zelf waarnam in 2015. Meer daarover verderop in dit artikel.

Algemeen
Uit de periode 1900 tot en met 2014 zijn er binnen de gemeentegrenzen van Nijmegen 3.126 verschillende soorten (zowel flora als fauna) geregistreerd in de regionale database in Waarneming.nl. Er zijn ongetwijfeld veel meer soorten binnen de gemeentegrenzen waargenomen en/of geregistreerd, maar dit is niet gebeurd via publiek toegankelijke bronnen. Vooral voor kleinere insecten en paddenstoelen vertoont Waarneming.nl hiaten.

Alleen al in 2015 zelf werd het aantal van 3.126 soorten dicht benaderd met een (voorlopig) jaartotaal van 2.982 soorten. Omdat er zich daaronder 953 nieuwe soorten bevonden, nam de geregistreerde biodiversiteit van de gemeente Nijmegen met zo’n 30% toe tot in totaal 4.079 soorten. Zowel inheemse als uitheemse soorten zijn hierin meegeteld, maar ondersoorten zijn buiten beschouwing gelaten. Op 22 januari 2016 waren hier overigens alweer een nieuwe plant en paddenstoel aan toegevoegd.

De gemeente Nijmegen beslaat slechts 57 hectare, waarvan het grootste deel bebouwd is. Aan de zuidkant ben je, zodra je de Scheidingsweg oversteekt, al in Heumen. Aan de westkant bij Lindenholt en Dukenburg zit je al snel in Wijchen of Beuningen en aan de oostkant begint nagenoeg al het bos in de nieuwe gemeente Berg en Dal. Alleen aan de noordkant ligt nog een grote lap Nijmegen ten noorden van de Waal met echt buitengebied. Omdat er relatief maar weinig verschillende biotopen voorkomen in de gemeente, is de vastgestelde biodiversiteit best opmerkelijk te noemen.

In de toplijst van Nederlandse gemeenten nam Nijmegen in het jaar 2015 achter de veel grotere en biotooprijkere gemeenten Ede, Almere en Bergen (NH) een vierde plek in.

Granietschildmos - Brakkenstein 21 maart 2015 © Erik van DijkTraditionele soortgroepen
Er zijn een aantal soortgroepen die traditioneel al goed onderzocht waren in Nijmegen. Dit betreft vooral de planten, vogels, libellen, zoogdieren, dagvlinders, amfibieën, reptielen, sprinkhanen en krekels. Hier is dan ook nauwelijks winst geboekt (toenames van 0-5%). Binnen de zeer omvangrijke plantengroep werden toch nog 46 nieuwe soorten, ontdekt maar op een totaal van bijna 1.200 soorten is de toename relatief slechts klein (3,8%).

Bij de vogels werden in 2015 drie nieuwe soorten voor Nijmegen gezien. Het waren wel niet de minste: Vale Gier (10 exemplaren noordwaarts over Brakkenstein op 7 juni), Reuzenstern (14 augustus op een zandstrandje langs de Waal bij de Oversteek gefotografeerd) en Grote Pieper.

Bij de zoogdieren waren de Dwergspitsmuis en Aardmuis nieuwkomers.

Bij de libellen ontdekte Peter Hoppenbrouwers de enige nieuwe soort in Park Staddijk: de Noordse Witsnuitlibel.

Van de soortgroepen dagvlinders, amfibieën, reptielen, sprinkhanen en krekels werden weliswaar veel soorten gezien, maar nieuwkomers konden niet worden vastgesteld.

Larven van de bladwesp Arge pagana - Altrade 25 september 2015 © Piet SmeetsSoortgroepen met een sterke toename
Dan zijn er een aantal soortgroepen waar een forse vooruitgang werd geboekt (toename 50-60%). Tussen haakjes staan het aantal nieuwe soorten dat bij de betreffende groep in 2015 is gezien.

Dat waren de paddenstoelen (151), vliegen (55), mossen (39) en korstmossen (49). De paddenstoelen is een immens omvangrijke soortgroep en de andere drie groepen zijn veel beter bekeken in 2015.

Nog groter was de relatieve progressie bij de kevers, spinnen, mijten, wantsen en muggen (toenames van 70-95%). Bij de kevers (veruit de grootste groep onder de insecten) valt in de toekomst nog heel wat winst te behalen, maar voor determinatie is bij deze soortgroep vaak een binoculair nodig en dat schrikt velen nog af. Ook valt er nog veel winst te behalen bij de groep nachtvlinders (macro’s en micro’s). Weliswaar werden er 123 nieuwe soorten gezien, maar deze omvangrijke groep vereist gericht onderzoek, zowel in tijd als plaats met lamp en smeer om verder te komen.

Een zeer spectaculaire vooruitgang werd geboekt bij de hymenoptera: de wespen, bijen en mieren (progressie 130-170%). Dat kwam deels op het conto van de Insectenwerkgroep Nijmegen, die in de loop van 2015 het graslandperceel van het Driehuizerveld meerdere keren op angeldragers onderzocht.

Naaldkunstwerkje - Driehuizerveld 4 juli 2015 © Erik van DijkLastige soortgroepen
Naar lastige soortgroepen, zeg maar kleine rotbeestjes, wordt maar weinig gekeken door waarnemers die hun bevindingen doorgeven aan Waarneming.nl.

Een aantal van deze soortgroepen zijn in 2015 eigenlijk pas voor het eerst bekeken en geregistreerd op Waarneming.nl. De springstaarten, duizend- en miljoenpoten, cicaden en bladluizen zijn nu met respectievelijk 7, 13, 21 en 31 nieuwe soorten voor het eerst op de kaart gezet.

Nog onontgonnen gebied betreft groepen zoals vissen, algen, wieren en eencelligen en overige ongewervelden. Voor het waarnemen van vissen is een hele uitrusting nodig, voor andere groepen minimaal een binoculair. Er blijft dus nog ruimschoots genoeg over om te ontdekken!

Deze groepen zijn (nog) te lastig of er is gewoon te weinig naar gezocht. Ook naar vleermuizen (zoogdieren) is waarschijnlijk niet goed genoeg gezocht. Hier liggen nog kansen voor de toekomst.

Biodiversiteit in cijfers
tabel

Meer gedetailleerd is het beeld weergegeven in onderstaande tabel.

De wants Miris striatus – Park Staddijk 31 mei 2015 © Erik van DijkIn kolom 1 te zien hoeveel in de regionale database geregistreerde soorten er voor de start van het project ooit in de gemeente gezien waren. In de tweede kolom staat de score van het jaar 2015 en in kolom 3 hoeveel nieuwe soorten voor Nijmegen daar bij waren. In de vierde kolom staat de totale biodiversiteit per soortgroep in Nijmegen eind 2015. In de laatste kolom is de relatieve progressie per soortgroep vermeld.

soortgroep t/m 2014 in2015 waarvan nieuw tot2016 toename in %
planten 1197 889 46 1243 3,8
nachtvlinders en micro’s 449 390 123 572 27,4
paddenstoelen 289 301 151 440 52,2
vogels 287 180 3 290 1,0
kevers 132 164 94 226 71,2
korstmossen 98 133 49 147 50,0
vliegen 91 105 55 146 60,4
wespen 46 80 64 110 139,1
spinnen en spinachtigen 60 88 47 107 78,3
mossen 65 83 39 104 60,0
bijen 37 77 48 85 129,7
muggen 43 64 41 84 95,3
wantsen 43 77 40 83 93,0
overige insecten 21 45 32 53 152,4
weekdieren 21 36 21 42 100,0
libellen 41 35 1 42 2,4
zoogdieren 39 27 2 41 5,1
bladluizen 6 34 31 37 516,7
mijten 19 27 15 34 78,9
dagvlinders 33 27 0 33 0,0
vissen 31 14 1 32 3,2
cicaden 10 28 21 31 210,0
sprinkhanen en krekels 30 21 0 30 0,0
duizendpoten en miljoenpoten 5 18 13 18 260,0
pissenbedden 8 9 3 11 37,5
springstaarten 1 7 7 8 700,0
mieren 3 8 5 8 166,7
amfibieën 6 5 0 6 0.0
reptielen 5 3 0 5 0,0
algen, wieren en eencelligen 4 3 1 5 25,0
overige ongewervelden 3 1 0 3 0,0
krabben en kreeften 3 3 0 3 0,0
Totaal 3126 2982 953 4079 30,5

De breedvoetvlieg Polyporivora picta – Driehuizerveld 7 juni 2015 © Rico OttenInterview met initiatiefnemer Erik van Dijk
“Uiteindelijk heb ik in 2015 met 8.947 waarnemingen en duizenden foto’s liefst 2.304 verschillende soorten gezien. Dit was ruim boven de oorspronkelijk doelstelling van 1.000 soorten. Overigens schommelt het uiteindelijke aantal nog steeds door correcties en determinaties van foto’s waarbij het soortniveau (nog) niet vastgesteld werd. Daarnaast liggen er nog 400 ongedetermineerde foto’s van paddenstoelen op de plank.”

De ingrediënten om zo veel soorten in 1 jaar te zien en op naam te brengen zijn:
• NIKON F7100 met een vaste NIKKOR 105 mm lens;
• tientallen veldgidsen;
• de website Waarneming.nl;
• grote behendigheid in raadplegen van talloze bronnen op het internet;
• veel soortkennis van planten (ook omdat gallen en mijnen gebonden zijn aan planten);
• heel veel tijd;
• doorzettingsvermogen (12 maanden is erg lang);
• focus en oog voor detail;
• en een heel lieve vrouw.

Late stekelnoot – Oosterhoutse Waard 26 augustus 2015 © Twan Teunissen“Terugkerend heb ik in elke fase van het seizoen alle verschillende biotopen in de gemeente bezocht. Gebieden met veel biodiversiteit hierbij waren park Staddijk, het Driehuizerveld, de uitwaarden van de Waal en in het bijzonder het strand ten westen van de spoorbrug en de Stadswaard. Maar ook zag ik heel veel soorten in de stenen stad in wegbermen, greppels, begraafplaatsen en op stenen muurtjes. Vrijwel elk hoekje van de stad heb ik gezien.

In de eerste maanden heb ik me vooral gericht op (korst)mossen en wintervogels. Met het naderen van de lente werd het spectrum natuurlijk veel breder. Vanaf juni stelde ik regelmatig een doek met nachtvlinderlamp op in mijn tuin. Twee keer is deze opstelling met behulp van Henk Eikholt op het terrein van Pro Persona aan de rand van het Driehuizerveld en Heumensoord geplaatst. Op het doek streken niet alleen nachtvlinders neer, maar ook veel schietmotten, kevers en vliegen. In de nazomer begon uiteraard het paddenstoelenseizoen. Eind november was de cirkel bijna rond en werden eigenlijk de soorten weer aangetroffen waarmee 11 maanden eerder begonnen was. Hierdoor nam de motivatie om nieuwe strooptochten te ondernemen toch enigszins af. Dat bood de ruimte om de enorme hoeveelheid resterende foto’s te determineren.

Grote bloedsteelmycena - Park Staddijk 19 september2015 © Erik van DijkSlechts drie keer heb ik gebruik gemaakt van een excursie. De paddenstoelenexcursie van Nico Dam in stadspark Staddijk, de korstmossenexcursie door Henk-Jan van der Kolk in de Oude Haven en het Kronenburgerpark en een mini-excursie met Joost Vogels, eveneens in Staddijk, alleen dan gericht op spinnen.

De lijst met leuke waarnemingen is lang. Een hoogtepunt was voor mij de Oeverpieper in de Oosterhoutse Waard. Het is voor het binnenland een zeer zeldzame vogelsoort, die hier dus maar weinig wordt gezien. Maar ook de zeldzame Velduil die vlak voor mijn voeten in de Stadswaard opvloog was natuurlijk top. In Staddijk trof ik op zoek naar de mediterrane Vuurlibel de Zuidelijke Keizerlibel, ook een mediterrane soort, aan. Groot Avondrood in je eigen tuin zien is natuurlijk ook magisch. Ook het Schoraas (een haft) landde op het doek in de Hazenkamp. Deze bewoner van schone rivieren was door de zware watervervuiling decennialang uitgestorven. Of wat te denken van een Kwartel, die tijdens het nachtvlinderen roepend over je eigen tuin vliegt.

Hazelworm - Driehuizen 13 augustus 2015 © Henk EikholtWaar ik ook erg van genoten heb, was de eyeopener van de ‘tree of life’ die voor elke plant apart is. Als je op een Iep op zoek bent naar verschillende beestjes zijn er gallen, mijnen, roesten, bladluizen en rupsen die allemaal specifiek zijn voor de Iep. Ga je naar een Kardinaalsmuts dan heb je weer allemaal andere soorten die hierop gespecialiseerd zijn. Omdat veel van deze soorten zo afhankelijk zijn van hun waardplant, zijn ze ook vaak nog relatief eenvoudig te determineren.

Ik heb natuurlijk veel gezien, maar onderschat niet de enorme inzet van alle andere waarnemers die 650 soorten aanvullend hebben bijgedragen in 2015. Elke aanvullende soort erbij is lastiger om te vinden of te determineren. Menige roofvogel, zoals de wouwen, waren te danken aan de scherpe blik van bijvoorbeeld Eddy Nieuwstraten. Zelf keek ik uiteraard te veel naar de grond; daar was immers meer te ontdekken. Tim van de Vondervoort heeft ook veel bijgedragen aan de waarnemingen van planten. Van sommige ontdekkingen van hem heb ik dankbaar gebruik gemaakt.”

Tekst: Sjak Gielen
Foto’s: Erik van Dijk, Henk Eikholt, Rico Otten, Piet Smeets & Twan Teunissen

Gepubliceerd op 11 april 2016

Zie ook:
Terugblik Biodiversity Nijmegen 2015