Dauwtochten in ree-trospect


De opkomende zon tegemoet (foto: Tessa Faye Buck)Bij het krieken van de dag fietst een klein groepje natuurliefhebbers de opkomende zon tegemoet, op zoek naar reeën. Zullen we een ree gaan zien? Of treffen we sporen aan, die zijn aanwezigheid verraden?

Terwijl het vroege ochtendlicht de duisternis verdrijft, houden we halt bij de Belt. Dit kleine bosperceel vormt met zijn goed ontwikkelde struiklaag een ideaal reeënbiotoop.

Hoe ziet een ree er eigenlijk uit? Heeft iemand er wel eens een gezien? Als het beeld geschetst is kunnen we op zoek naar sporen. Op het talud van de aangrenzende sloot zien we wissels in het gras. Via het landpad lopen we met de fiets aan de hand naar de achterkant van de Belt. Op een zandige plek turen we naar de grond. Daar! Twee spitse hoefjes naast elkaar. En daar. En daar. Het spoor is te volgen. Om het beeld te verduidelijken haal ik twee reeënlopers uit mijn tas en wijs op de hoeven en bijhoeven. Aan de achterloper zien we nog een borstelig plukje haar waar zich een geurklier bevindt, maar daarover straks meer.

Boonsel van de ree  (foto: Tessa Faye Buck)We volgen het landpad naar de weg. Daar stappen we weer op de fiets. Onderweg zien we hazen en roodborsttapuiten. We stappen af bij een perceel waar wilgen worden geteeld. Een ideale plek voor reeën om zich op te houden. Al gauw vinden we prenten. Even later een klompje keuteltjes. Inderdaad, boonsel van een ree. Omdat het eind augustus is, hoop ik nog een bronstcarrousel te vinden. De reeënbronst vindt plaats van midden juli tot eind augustus. Ik leg uit hoe een reebok de reegeit opjaagt in rondjes of achtjes, die zichtbaar blijven in het gras. Helaas vinden we zo’n carrousel niet.

Wat eten reeën eigenlijk? Reeën zijn geen grazers, maar snoeiers. Ze eten graag knoppen en jonge twijgen, gevolgd door kruiden, bessen en paddenstoelen. Reeën zijn ook herkauwers. Tijdens het herkauwen slijt hun gebit. Ik duik weer in mijn verrassingstas en haal er twee onderkaken uit. Als de kaken rondgaan ziet iedereen het verschil in gebitsslijtage bij een bok van een jaar en een van vier jaar.

Gids Jan-Willem toont twee reeënschedeltjes met gewei (foto: Tessa Faye Buck)De dauw parelt in de stralen van een gestaag klimmende zon. We gaan weer een stukje fietsen. Let vooral op het afwisselende decor. Met talrijke landschapselementen vormt het Circul van de Ooij een perfecte leefomgeving voor reeën. Misschien zien we er een!

Het blijft voorlopig bij een paar slaperige koeien. We lopen de Groenlanden in. Hier weet ik een reebok te wonen. Na enig zoeken vinden we aan de voet van een boom zijn ligplek. Een schoongekrabd plekje van 60 bij 40 centimeter, ontdaan van takjes en steentjes. Wie goede ogen heeft vindt er haren met het karakteristieke zigzaggolfje.

Iets verderop staat een dun jong boompje met een opvallende beschadiging. Op een halve meter hoogte is een streep schors weggeveegd tot op het witte hout. Voor het boompje is de grond vertrappeld. Typisch een ‘grens’-geval. Uit mijn tas haal ik een gewei en doe voor hoe de reebok het boompje heeft geschild. En die vertrappelde grond? Daar komen we weer bij de geurklieren! Met een geurtje uit de klieren tussen zijn geweistangen, aan de achterlopers en tussen de hoefschalen markeert de reebok zijn territorium. Helaas is hij vandaag niet thuis.

Na afloop ontbijten bij 't Roosje van Ooij  (foto: Tessa Faye Buck)Speuren naar sporen maakt hongerig. We zijn inmiddels een uurtje of drie op pad. De laatste etappe voert ons naar ‘t Roosje van Ooij. Daar wacht ons een heerlijk ontbijt. Onder de parasol wordt druk nagepraat. Dat gewei, die hoefjes, die poepjes. Geen ree te zien, maar wat een prachtige ochtend!

Tekst: Jan-Willem Koolen
Foto’s: Tessa Faye Buck

Gepubliceerd op 1 december 2016